Spring naar inhoud

Toelichting

De Transitiepad Calculator laat zien wat het effect is van de investeringen die Gasunie dit decennium wil doen in de Nederlandse energietransitie. We willen miljarden euro’s investeren in transport van CO2, transport en opslag van waterstof, opschaling van innovatieve groengas-productietechnieken en transport van duurzame warmte.

De grafiek laat het effect zien van dit investeringsprogramma op de nationale broeikasgasemissies. We laten zien wat de invloed is op het transitiepad; het gemiddelde CO2-reductietempo dat Nederland moet aanhouden om in 2050 netto emissievrij te worden. Netto betekent dat de broeikasgassen die Nederland in 2050 nog uitstoot, worden gecompenseerd met koolstofverwijdering. Hierdoor is er netto geen uitstoot meer. Als we in staat worden gesteld alle projecten op tijd en onveranderd uit te voeren, dan kan Nederland eerder dan 2050 netto CO2-neutraal worden.

Hoe meer duurzame Gasunie-projecten er op tijd af komen, hoe grotere de hoeveelheden groene gassen en afgevangen CO2 die we voor onze klanten zullen vervoeren. Deze verduurzaming zal waarschijnlijk gepaard gaan met een afname van de hoeveelheid fossiele energie die we vervoeren. In de grafiek tonen we de netto-emissies, oftewel de CO2-voetafdruk van alle energie die we in opdracht van derden vervoeren van en naar partijen in Nederland. Deze reductie wordt mede mogelijk gemaakt door invoeders, aangeslotenen en projectpartners van Gasunie.

Zelf calculaties maken

Ons basisscenario is dat alle duurzame Gasunie-projecten op het door ons ingestelde opleveringsjaar af komen en een door ons geschat transportvolume krijgen. Met deze Transitiepad Calculator kunt u echter ook negatievere en positievere scenario’s doorrekenen.

De Transitiepad Calculator houdt alleen rekening met de gassen die door de Gasunie-netwerken stromen. Zo laten we bijvoorbeeld de bijdrage van groen gas in de netten van de regionale netbeheerders buiten beschouwing. Eventuele negatieve emissies van groengasproductie zijn ook niet meegeteld. In de waterstof-scenario’s is alleen groene waterstof en import meegenomen. Blauwe waterstof laten we buiten beschouwing, om dubbeltelling met CCS-projecten (afvang, transport en opslag van CO2) van te voorkomen.

Voor de bepaling van de bijdrage van groen gas en waterstof veronderstellen we dat hiermee aardgas wordt vervangen. Deze aanname is conservatief. De emissiereductiebijdrage wordt groter wanneer bijvoorbeeld olie of steenkool wordt vervangen. Voor CCS-projecten hanteren we de verwachte CO2-transportstroom van afgevangen CO2 uit Nederland. Eventuele opslag van CO2 uit omringende landen tellen we niet mee. Upstream-ketenemissies zijn niet meegenomen.

De emissiereductie wordt bepaald ten opzichte van basisjaar 2023. Als referentie voor alle externe ontwikkelingen (buiten de duurzame Gasunie-projecten om) gebruiken we de Klimaat en Energieverkenning (KEV) van PBL. Voor de jaren tot aan 2025 gebruiken we hiervoor het scenario met vastgesteld en voorgenomen beleid. Voor 2030 nemen we ook het geagendeerd beleid mee. Tussenliggende jaren zijn geïnterpoleerd. We gebruiken een aardgas-emissiefactor van 56,2 kg/GJ.

De weergegeven emissies zijn netto-emissies. Bij netto nul emissies kan er nog steeds aardgasverbruik zijn. Bijvoorbeeld omdat de CO2-emissies van fossiele brandstoffen worden afgevangen (CCS). De emissiereductie door lagere gasvraag komt uit de KEV-editie 2024. Hierin is meegenomen dat het gebruik van aardgas daalt en dat het gebruik van groen gas stijgt.

In de cijfers houden we alleen rekening met de emissiereductie in Nederland. De energietransitie-investeringen van Gasunie kunnen ook bijdragen aan emissiereductie in het buitenland, bijvoorbeeld door export van waterstof (in 2030 goed voor 2,8 MTon reductie), of transport van buitenlandse CO2 voor opslag in Nederland (in 2030 goed voor 3,5 MTon reductie). 

We zijn net begonnen

De Gasunie Transitiepad Calculator houdt nu alleen rekening met de effecten van onze investeringen tussen 2020-2030. Een nieuwe reeks Gasunie-investeringen voor de periode 2030-2040 kan leiden tot een steilere daling van het Nationale Transitiepad.